Factsheet toestand en ecologische sleutelfactoren (DIPS)

Hoofdlijnen

Beschrijving van het gebied en watersysteem op hoofdlijnen

Ster en Zodden ligt op de overgangszone tussen de hooggelegen Utrechtse Heuvelrug en het laaggelegen Vechtdal. Door de combinatie van rivierinvloeden, kwelinvloed van de hogere zandgronden en de vervening is een bijzonder waardevol landschap van petgaten en legakkers ontstaan en een karakteristiek slotenpatroon. Het waterlichaam Ster en Zodden ligt in hetzelfde peilvak als de Loosdrechtse plassen en maakt onderdeel uit van de polder Muyeveld. Voor peilbeheer moet water worden ingelaten vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit water wordt gedefosfateerd in het westelijk deel van de Nieuwe Polderplas. Bij watertekorten in het Ster en Zoddengebied stroomt dit water vanuit de Loosdrechtse plassen naar de Ster en Zodden. In het oostelijk deel zit nog vrij veel kwel vanuit de Utrechtse Heuvelrug.
Ster en Zodden (NL11_6_1) heeft watertype “laagveen vaarten en kanalen” (M10) en het wateroppervlak van het waterlichaam is 128 hectare.
Het waterlichaam bestaat uit de deelgebieden:
3300-EAG-13 (Muyeveld, Weersloot oost), 3300-EAG-14 (Muyeveld, Weersloot west), 3300-EAG-15 (Muyeveld, Oostelijke Drecht noord), 3300-EAG-16 (Muyeveld, Oostelijke Drecht zuid), 3300-EAG-9 (Muyeveld, Kromme Rade)
Het waterlichaam ligt in de provincie(s) Noord-Holland en gemeente(n) De Bilt, Hilversum, Stichtse Vecht, Wijdemeren. Het waterlichaam Ster en Zodden heeft de status Natura2000-gebied, KRW waterlichaam en Natuur Netwerk Nederland (NNN) en is in eigendom van Natuurmonumenten en particulieren.

Ligging en beeld

Het ecosysteem ziet eruit als onderstaand beeld

Ligging waterlichaam

Ligging deelgebieden

Toestand

Ecologische analyse op hoofdlijnen

De doelen
Het KRW-doel is het realiseren van een goede ecologische toestand voor Laagveen vaarten en kanalen (M10), met scores voor fytoplankton, macrofauna, waterflora en vis in het groen. De Natura2000-doelen zijn vooral gericht op de ontwikkeling van trilveen, veenmosrietland en sloten met Kranswier en Krabbescheervegetaties en moerasvogels.

De huidige toestand vergeleken met de doelen –matig
De toestand in Ster en Zodden (zwarte lijnen in de figuur hiernaast) is matig. Het biologische kwaliteitselement met het laagste oordeel is Ov. waterflora. De slechts scorende deelmaatlat van dit kwaliteitselement is Abundantie groeivormen macrofyten. De slechts scorende indicator van deze deelmaatlat is Bedekking som submerse planten en draadalgen. Er zitten zowel in de zomer als winter veel algen in het water. Er zijn her en der onderwaterplanten aanwezig. Zowel de biodiversiteit als hoeveelheid macrofauna en vegetatie nemen de afgelopen 10 jaar af. In het Weerslootgebied is het aantal verschillende soorten onderwaterplanten afgenomen van 10 naar 3 soorten. Ook worden er veel minder haften en springstaarten gevonden in het gebied. Het aantal soorten helofyten gaat wel vooruit in het gebied, wat een indicatie is van een verschuiving in successie van open water naar verlanding met helofyten. Het is de vraag of de verlanding hier tot voldoende compenserende natuurwaarden en biodiversiteit leidt. Alleen in het Kromme rade gebied (EAG 9) is de ecologische toestand stabiel. De visstand is redelijk stabiel met een hoge relatieve biomassa van snoek en brasem. De score op de maatlat Fytoplankton vertoont geen trend. De score op de maatlat Waterflora vertoont geen trend. De score op de maatlat Macrofauna vertoont een negatieve trend (-0.16 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). De score op de maatlat Vis vertoont een negatieve trend (-0.18 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). Stikstof gaat achteruit.

Oorzaken op hoofdlijnen
De oorzaak van de matige kwaliteit is met name de hoge fosforbelasting, afkomstig van afspoeling uit stedelijk gebied, landbouwpercelen en vanuit recreatieterreinen. Daarnaast zijn de sloten vaak te ondiep. En de kweltoevoer is onvoldoende voor de kwelafhankelijk Natura2000 doelen. Daarnaast spelen andere factoren een rol, zoals te veel slib en schaduw door bomen. Mogelijk speelt vraat door ganzen en de uitheemse rivierkreeften ook een rol bij de achteruitgang van de biodiversiteit

Maatregelen op hoofdlijnen
Veel maatregelen zijn gericht op het versterken van het kwelachtige karakter en het verminderen van de fosforbelasting, bijvoorbeeld door het toepassen van het polderdoorstroomprincipe of het isoleren van plassen. Daarnaast zijn er maatregelen gericht op verbeteren van de habitatomstandigheden, zoals het verdiepen van watergangen, intensiveren van rietbeheer en het tegengaan van vraat door ganzen.

Toestand

Huidige toestand vergeleken met doelen. De achtergrondkleuren in het figuur staan voor de klasseindeling van het huidige doel. Wanneer de zwarte streep over de groene achtergrondkleur (GEP) valt is het doel gehaald.

Huidige toestand vergeleken met doelen. De achtergrondkleuren in het figuur staan voor de klasseindeling van het huidige doel. Wanneer de zwarte streep over de groene achtergrondkleur (GEP) valt is het doel gehaald.

Ecologische sleutelfactoren

Ecologische sleutelfactoren

esficon Productiviteit water vormt een probleem. De Chlorofylconcentraties (algen) zijn zowel in de zomer als winter erg hoog. Het is niet duidelijk hoeveel water er vanuit vanuit het achterliggende landbouw en stedelijke gebieden over de Tominstuw richting de Kromme Rade/ Raaisloot (EAG 9) stroomt (hydraulisch vraagstuk). Mogelijk vormt dit een grote fosfor- en sulfaatbelasting voor dit gebied en is het wenselijk om een instroombeperking op de Raaisloot te maken. In het Raaislootgebied is de verblijftijd van het water zeer lang (meer dan 70 dagen). Dit maakt het systeem erg gevoelig voor blauwalgenbloeien. De lintbebouwing is in dit gebied ook een mogelijke bron van voedingsstoffen. De belasting met fosfor is te hoog en komt deels uit het stedelijk gebied van Loosdrecht, deels van (bemeste) percelen. In Oostelijke Drecht noord (EAG 15) is de Drechthoeve/ Boomhoek een stuk omgeving met veel recreatie (camping) waar mogelijke bronnen zitten (foutaansluitingen, septic tanks). De waterbodem levert geen voedingsstoffen na. Lokaal is ook bladinval een bron.
esficon Lichtklimaat vormt een probleem. In de Plassen in Kromme Rade/ Raaisloot (EAG 9) valt onvoldoende licht op de bodem voor ondergedoken waterplanten. In de lijnvormige wateren vormt het lichtklimaat waarschijnlijk ook een probleem omdat de hoge fosforbelasting ervoor zorgt dat er veel aangroei op de planten aanwezig is.
esficon Productiviteit bodem vormt lokaal een probleem. Cabomba woekert wel her en der, vooral in EAG 9. Toch is de waterbodem hier wel redelijk voedselarm. Mogelijk heeft de woekering van Cabomba hier een andere oorzaak (weinig licht en een hoge fosforbelasting).
esficon Habitatgeschiktheid vormt een probleem. Voor de kwelafhankelijke Natura2000 doelen is meer ‘kwelachtig water’ nodig, met voldoende macroionen. Deze macroionen bufferen de verzuring door neerslag en stikstofdepositie in trilveen en veenmosrietland vegetaties en hoogveenbossen. Veel bomen zorgen voor beschaduwing boven de oevervegetatie. Het opzetten van het waterpeil, dat gewenst is voor natuurdoelen in EAG 13 en 15, is een mogelijk knelpunt voor de reductie van kwel en macroionen.
esficon Verspreiding vormt geen probleem omdat de doelsoorten in de omgeving aanwezig zijn en er ook kunnen komen.
esficon Verwijdering vormt een probleem. Er is vooral sprake van vraat door kreeft en vermoedelijk minder door gans.
esficon Organische belasting vormt geen probleem. Er zijn geen overstorten en niet bijzonder veel bomen met bladinval.
esficon Toxiciteit vormt geen probleem. Macrofauna scoort goed, ook soorten die gevoelig zijn voor toxines. Er is geen reden om aan te nemen dat dit KRW waterlichaam te hoog belast is met toxines.

Bron

Deze factsheet is gebaseerd op de KRW toetsing aan (maatlatten 2018) uit 2019, begrenzing waterlichamen 2015-2021, hydrobiologische data 2006-2018 en conceptmaatregelen en doelen voor SGBP3 en .

Maatregelen (R)

SGBP 1 en 2 maatregelen die (deels) zijn uitgevoerd

SGBP 1 en 2 maatregelen in planvorming

SGBP 1 en 2 maatregelen die zijn gefaseerd

SGBP 1 en 2 maatregelen die zijn ingetrokken of vervangen

Nieuwe maatregelen voor SGBP3 tov totaal aantal maatregelen

Maatregelen

ESFoordeel SGBPPeriode Naam Toelichting BeoogdInitiatiefnemer UitvoeringIn
esficon SGBP3 2021-2027 Beperken fosfor uit- en afspoeling in Ster en Zodden (achterland van Loosdrecht) Door aankoop van nieuwe NNN percelen en stoppen met bemesten. Ook door plaggen en overige maatregelen kunnen percelen uitgemijnd worden. Provincie Noord-Holland 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Beperken fosforbelasting vanuit lintbebouwing Oud Loosdrechtsedijk Mogelijk draagt de lintbebouwing bij aan de fosforbelasting. Het opsporen en voorkomen van foutaansluitingen is gewenst. We stemmen met gemeente Wijdemeren als beheerder van het rioolstelsel af hoe deze maatregel opgepakt kan worden. 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Instroombeperking Kromme Rade/ Raaislootgebied (EAG 9) Het water dat vanaf de Tomin-stuw door het Raaislootgebied kan stromen leidt waarschijnlijk tot een hogere fosfor- en sulfaatbelasting dan water vanuit de Vuntus. Zelfs na defosfateren. Daarom is een instroombeperking nodig. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Isoleren petgaten Kromme Rade (EAG9) In het Raaislootgebied is de verblijftijd van het water zeer lang (meer dan 70 dagen). Dit maakt het systeem erg gevoelig voor blauwalgenbloeien. Het isoleren van petgaten verlaagt de verblijftijd niet, maar de fosforbelasting wel. Het water dat afstroomt uit de percelen kan mogelijk het beste via de Kromme Rade worden afgevoerd. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Saneren van bronnen bij Egelshoek indien nodig Er liggen auto’s in de berm en sloot nabij woonwagenkamp. Saneren wanneer niet alles goed gerioleerd is. We stemmen met gemeente Wijdemeren af hoe deze maatregel opgepakt kan worden. 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Vastleggen van geboden en verboden in KEUR en beheer en onderhoudsplan Het is niet wenselijk dat grote delen van de plas worden gemaaid. De Keur laat gebiedsgericht minder frequent onderhouden toe. Implementatie gebeurt in bestuurlijk vast te stellen uitvoeringsprogramma’s onderhoud. Daarin moet tenminste aandacht worden gegeven aan een maximum areaal dat gemaaid mag worden in de ondiepe zones, het voorkomen van overkluizing en beschoeiing en het verwijderen van overhangend groen. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Maatregelen in de landbouw om nutriëntenbelasting op de waterlichamen te beperken Aan deze maatregel wordt uitvoering gegeven via Agrarisch waterbeheer en Waterdiepte op maat. De maatregel is relevant voor dit waterlichaam, omdat veel watergangen eigendom zijn van agrariërs en grenzen aan agrarische percelen. Precisiebemesting, bodemverbetering en routemaatregelen (bufferzone) zijn maatregelen die opgenomen zijn in agrarische beheerpakketten, investeringssubsidies. We gaan samen met de landbouw een nieuwe stimuleringsregeling voor bovenwettelijke maatregelen nutriënten faciliteren. Vrijwillige maatregelen worden geagendeerd door een watermakelaar en gepresenteerd in studieclubs. Op https://maatregelen-op-de-kaart.nmi-agro.nl/ kan per perceel worden opgezocht welke maatregelen het best uitvoerbaar en nuttigst zijn. Wij zijn regionaal uitgegaan van de goede landbouwpraktijk (GLP) in 2027. De uitworp uit een landbouwpolder neemt daardoor 10% af, voor een belangrijk deel door een grotere retentie door een grotere waterdiepte (meer slootonderhoud) en een afname van meststofverliezen. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Kleinere maximumhoeveelheid toestaan voor het onttrekken van water oppervlaktewater Nabij diepe plassen en kleine ondiepe plassen willen we ontrekkingen zoveel mogelijk voorkomen, door een alternatieve locatie te zoeken in een ander peilvak. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Beperken van de fosfaatbelasting in combinatie met het polderdoorstroomprincipe Dit is een gefaseerde maatregel uit SGBP-II. Het gaat om het realiseren van 3 upflow fosfaatfilters: in de Ster, de Weersloot en bij de Tomin-stuw. Alleen het filter bij het Weerslootgebied heeft invloed op de fosforbelasting van het waterlichaam Ster en Zodden. Deze maatregel heeft ook invloed op de habitatgeschiktheid (ESF4), omdat macro-ionen uit kwelwater beter benut kunnen worden. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Op basis van onderzoek, beperken van de effecten van door grondwateronttrekkingen afgenomen kwel Dit is een maatregel voor alle waterlichamen waar door grondwateronttrekkingen de hoeveelheid kwel is afgenomen. De effecten van de veranderde kwelsituatie, als gevolg van grondwateronttrekkingen, op de ecologie van het oppervlaktewaterlichaam worden beperkt door verminderen van de winning of door mitigeren en/of compenseren. De maatregel bestaat uit, of moet aansluiten bij, al lopende of in onderzoek zijnde initiatieven. Met de provincies als vergunningverleners voor grote grondwateronttrekkingen stemmen we af wie initiatiefnemer van deze maatregel is. 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Op basis van onderzoek, beperken van de effecten van door verharding en drainage afgenomen kwel Een maatregel voor alle waterlichamen waar door verharding en drainage de hoeveelheid kwel is afgenomen. Door de toegenomen bebouwing, verharding en drainage op de hoger gelegen heuvelrug is de kwelstroom naar de lager gelegen waterlichamen verminderd. Verhogen van de infiltratie op de heuvelrug leidt tot meer kwel. Dit kan door bijvoorbeeld bewoners te stimuleren tuinen te ontstenen en te vergroenen, maar ook door in studies voor Gemeentelijke RioleringsPlannen te kijken naar grondwatereffecten van rioolstelsels. Met gemeente XXX stemmen we af hoe deze maatregel opgepakt kan worden. Gemeente Hilversum, Provincie Noord Holland 2021-2027
SGBP2 2015-2021 Beperken fosfaatbelasting ism polder doorstroomprincipe Het gaat om upflow fosfaatfilters in de Ster, Weersloot en Tomin-stuw. Alleen de filter bij de Tomin-stuw heeft invloed op de fosforbelasting van dit waterlichaam. De overige twee installaties hebben vooral effect op Loosdrecht. Deze maatregel heeft ook invloed op ESF4, habitatgeschiktheid omdat macrionen uit kwelwater beter benut kunnen worden. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
SGBP2 2015-2021 Maatregelen landbouw om nutrientenbelasting op de waterlichamen te beperken fase 1 Deze maatregel wordt uitgevoerd in meerdere waterlichamen: Amstellandboezem, Vaarten Ronde Hoep, Vaarten Groot Mijdrecht, Bovenkerkerpolder, Noorderlegmeer, Groot Wilnis-Vinkeveen Zuid, Polder Demmerik, Vaarten Zevenhoven, Tussenboezem Vinkeveen a, Mijdrechtse Bovenlanden, Vinkeveense Plassen, Vecht, Vaarten Vechtstreek, Stichts Ankeveense Plassen, Kortenhoefse Plassen, Spiegelplas, Wijde Blik, Loosdrechtse Plassen, Ster en Zodden, Maarsseveense Zodden en omgeving, Molenpolder en Westbroek Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
SGBP2 2015-2021 Onderzoek drinkwaterwinning Loosdrecht Deze maatregel wordt uitgevoerd in meerdere waterlichamen: Loosdrechtse Plassen en Ster en Zodden. Provincie Noord-Holland 2015-2021
SGBP2 2015-2021 Instellen polderdoorstroomprincipe, beheer- en inrichtingsmaatregelen Het betreft alle beheer- en inrichtingsmaatregelen die de terreinbeheerder in het kader van gebiedsafspraken met gebiedsactoren in het gebied van Ster en Zodden gaat uitvoeren. Deelgebieden zijn: Vuntus, Ster, Weerslootgebied en KerkelandenVoorbeelden van maatregelen zijn: (C11)- Uitgraven petgaten- Verwijderen boom- en groenopslag- PlaggenDe uitvoering van de maatregelen gaat gebeuren in het kader van het LIFE-subsidiecontract met de EU.De uitvoering van de maatregelen loopt overeenkomstig de duur van het subsidiecontract van 2013 tot en met 2018 Natuurmonumenten 2015-2021
SGBP1 2009-2015 Instellen polderdoorstroomprincipe, baggermaatregelen Het betreft alle baggermaatregelen die de terreinbeheerder in het kader van gebiedsafspraken met gebiedsactoren in het gebied van Ster en Zodden gaat uitvoeren. Deze maatregel heeft ook invloed op ESF3, productiviteit waterbodem. Natuurmonumenten 2009-2015
SGBP1 2009-2015 Instellen polderdoorstroomprincipe, waterbeheermaatregelen Het betreft alle waterbeheer- en inrichtingsmaatregelen die het waterschap in het kader van gebiedsafspraken met gebiedsactoren in het gebied van Ster en Zodden gaat uitvoerenVoorbeelden van maatregelen zijn:- Aanleggen duikers, stuwen- Graven nieuwe watergangen Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2009-2015
SGBP1 2009-2015 Instellen polderdoorstroomprincipe, beheer- en inrichtingsmaatregelen Het betreft alle beheer- en inrichtingsmaatregelen die de terreinbeheerder in het kader van gebiedsafspraken met gebiedsactoren in het gebied van Ster en Zodden gaat uitvoeren, waaronder het gebiedsproject VuntusVoorbeelden van maatregelen zijn:- Uitgraven petgaten- Verwijderen boom- en groenopslag- PlaggenDe uitvoering van de maatregelen gaat gebeuren in het kader van het LIFE-subsidiecontract met de EU.De uitvoering van de maatregelen loopt overeenkomstig de duur van het subsidiecontract van 2013 tot en met 2018 Natuurmonumenten 2009-2015
esficon SGBP2 2015-2021 Instellen polderdoorstroomprincipe, baggermaatregelen Het betreft alle baggermaatregelen die de terreinbeheerder in het kader van gebiedsafspraken met gebiedsactoren in het gebied van Ster en Zodden gaat uitvoeren. Natuurmonumenten 2015-2021
esficon SGBP3 2021-2027 Inrichtingsmaatregel voor successie van open water naar gewenste verlandingsvegetatie Het graven van nieuwe petgaten om alle stadia van successie terug te krijgen. Locaties waar al een waardevolle verlandingsvegetatie is, wordt juist met rust worden gelaten (geen schouw, geen maai of baggerbeheer). Provincie Noord-Holland 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Intensivering van rietbeheer langs de oevers van plassen Natuurmonumenten Het gaat hier om zowel eenmalige aanpassingen als om structurele intensivering van het onderhoud. Eenmalig is nodig: oevers beschermen tegen graas, bomen verwijderen en afvoeren en infrastructuur aanleggen om intensiever onderhoud mogelijk te maken. Structureel is intensivering van beheer en onderhoud nodig, zodat opschietend hout tijdig wordt verwijderd en afgevoerd; hiervoor is een structurele uitbreiding van SNL-gelden nodig. Bomen die onderdeel van het landschap zijn, hoeven niet verwijderd te worden. We stemmen af met Natuurmonumenten hoe deze maatregel opgepakt kan worden. Natuurmonumenten 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Instellen van het polderdoorstroomprincipe, waterbeheer- en inrichtingsmaatregelen Dit is een gefaseerde maatregel uit SGBP-II. Omleiden waterstromen om macroionen vast te houden in het gebied. Aanscherping van de stromingsroute in het Weerslootgebied is nodig, zodat kwelwater ook door (nieuw gegraven) petgaten stroomt. Deze maatregel hangt samen met het aanleggen van een fosfaatfilter. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP2 2015-2021 Instellen polderdoorstroomprincipe, waterbeheer- en inrichtingsmaatregelen Omleiden waterstromen om macroionen vast te houden in het gebied. Aanscherping stromingsroute weerslootgebied tov het projectplan dat er ligt zodat kwelwater ook door (nieuw gegraven) petgaten stroomt. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
SGBP1 2009-2015 Toepassen ecologisch onderhoud oevers hoofdwateren - fase 1 Een gebiedsbrede maatregel in alle waterlichamen Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2009-2015
esficon SGBP3 2021-2027 Effecten van de toegenomen graasdruk door grauwe ganzen verminderen, mitigeren en/of compenseren Een maatregel in alle waterlichamen waar een sterke graasdruk van ganzen op de emerse vegetatie bestaat. Door ganzenbeheer krijgen rietoevers meer kans om te herstellen (KRW-doel); dit is ook belangrijk voor de instandhouding van leefgebied voor moerasvogels (Natura2000-doel). Deze maatregel wordt opgenomen in het fauna/ganzenbeheerplan van de Faunabeheereenheid (FBE) en uitgevoerd door wildbeheereenheden en terreinbeheerders. Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Natuurvriendelijk onderhoud en baggeren van lijnvormige secundaire watergangen Aan deze maatregel wordt uitvoering gegeven via Agrarisch waterbeheer en de subsidieregelingen: bijvoorbeeld afrastering slootkanten, drinkbakken voor veedrenking, minder frequent maaien, beheerpakketten ‘baggerspuiten’ en ‘ecologisch slootschonen’ Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Toepassen van ecologisch onderhoud en baggeren van hoofdwateren Natuurvriendelijk onderhouden is meestal gericht op niet méér verwijderen dan noodzakelijk is. Dus het beheer aanpassen als er te weinig vegetatie is zodat flora en fauna zich kunnen herstellen. Bij alle hoofdwatergangen van ons gebied is beoordeeld welke uitvoeringsmethode we kunnen en willen uitvoeren. In veel watergangen kan 25% van de vegetatie blijven staan. Vanwege ruimtegebrek is het niet mogelijk om overal 25% te sparen. Deze maatregel is opgenomen voor alle waterlichamen waar dit relevant is. Bij het baggeren zal, waar mogelijk, de oevervegetatie worden gespaard en bij de uitvoering zal worden gekozen voor meer natuurvriendelijke technieken Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Natuurvriendelijk onderhoud van lijnvormige secundaire watergangen: instrumenteel De Keur laat gebiedsgericht minder frequent schonen toe; implementatie gebeurt in bestuurlijk vast te stellen uitvoeringsprogramma’s onderhoud. Deze maatregel is voor meerdere waterlichamen relevant. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027

Disclaimer: SGBP3 maatregelen zijn nog niet bestuurlijk vastgesteld en kunnen nog worden gewijzigd.

Toelichting en onderbouwing ESF-en, monitoring en begrenzing

Motivering KRW status en herbegrenzing

Geen herbegrenzing nodig.

Monitoringswensen

In dit waterlichaam wordt de vegetatie 1 keer per 3 jaar gemeten. Macrofauna wordt 1 x per 6 jaar gemeten. Fytoplankton wordt 1 keer per 3 jaar gemeten. Vis wordt 1 x per 6 jaar gemeten. Daarnaast worden maandelijks verschillende fysisch chemische parameters gemeten in het waterlichaam en het inlaatwater van het waterlichaam.

Indicatoren ESF

ESF 1: Productiviteit

Fosforbelasting per bron (bar) en kritische belasting (rode stip is berekend met PCDitch, roze stip met PCLake).

Fosforbelasting per bron (bar) en kritische belasting (rode stip is berekend met PCDitch, roze stip met PCLake).

ESF 2 en 4: Lichtklimaat en waterdiepte

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

ESF 1 en 3: Waterbodem

Nalevering en voedselrijkdom waterbodem.

Nalevering en voedselrijkdom waterbodem.

Brondata: water- en stoffenbalansen

Brondata: Monitoringsresultaten uit meetprogramma`s fysisch-chemie en hydrobiologie

Brondata: Monitoringsresultaten uit meetprogramma waterbodemchemie

EKR scores op alle deelmaatlatten in de tijd

Begrippenlijst en afkortingen

Waterlichaam De waterlichamen vormen de basisrapportageeenheden van de KRW. Op basis van artikel 5 KRW zijn in 2004 Nederlandse oppervlaktewateren aangewezen als KRW-waterlichamen: natuurlijk, kunstmatig2 of sterk veranderd. Een oppervlaktewaterlichaam kan als kunstmatig of sterk veranderd worden aangewezen vanwege ingrepen in de hydromorfologie (art. 4 lid 3 KRW), die het bereiken van de Goede Ecologische Toe-stand verhinderen. In Nederland zijn vrijwel alle waterlichamen kunstmatig of sterk veranderd.

Emerse waterplanten Emerse waterplanten steken gedeeltelijk boven het wateroppervlak uit en wortelen in de (water)bodem.

Helofyten De moerasplanten of helofyten kan men vinden in vochtige gebieden, oevers, tijdelijke wateren en overstromingsgebieden. Typerend voor vele moerasplanten is dat ze zich hebben aangepast aan een droge periode (zoals het uitdrogen van een rivierbedding) en een periode van gedeeltelijke of volledige onderdompeling. Voor sommige soorten is deze afwisseling noodzakelijk voor het bestaan. Terwijl de ‘echte’ waterplanten niet in de bodem wortelen en vaak onder water kunnen leven (met uitzondering van de bloeiwijzen), wortelen de helofyten of moerasplanten in de bodem en steken gewoonlijk boven de wateroppervlakte uit.

Submerse waterplanten De term submers (ondergedoken) wordt gebruikt voor waterplanten die geheel onder water groeien. Alleen de bloeiwijze kan bij sommige soorten boven het water uitsteken.

Hydrofyten De ‘echte waterplanten’ of hydrofyten komen voor in stilstaande of traag stromende permanente meren of rivieren. Deze planten zijn aangepast aan een submers leven. Indien het biotoop uitdroogt wordt het voortbestaan van deze planten bedreigd. De wortels dienen tot verankering van de plant. De stengels kunnen tot tien meter lang worden en zijn soepel en buigbaar. De drijvende bladeren kunnen hierdoor aanpassen aan de waterstand, waardoor de lichtopname niet in het gedrang komt. Andere soorten drijven, onafhankelijk van de bodem, net onder of boven het wateroppervlak. Er bestaan dus hydrofyten met zowel een submerse als emerse groeivorm. In beide gevallen zullen de voedingstoffen hoofdzakelijk via het blad opgenomen worden.

GAF Een afvoergebied of een cluster van peilgebieden met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze via een gemeenschappelijk punt hun water lozen op een hoofdsysteem.

EAG Ecologische analysegebieden zijn nieuwe opdelingen van de bestaande af- en aanvoergebieden (GAF’s), meestal (delen van) polders. De opdeling in EAG’s is gemaakt op basis van een aantal kenmerken zoals vorm, verblijftijd, waterdiepte, strijklengte, de aanwezigheid van kwel of wegzijging en de afvoerrichting van het water. Een EAG valt altijd volledig binnen een afvoergebied. Af-en aanvoergebieden, maar ook KRW-waterlichamen, zijn dus opgebouwd uit één of meer EAG’s.

KRW Kaderrichtlijn water

N2000 Natura 2000 De verzameling van Nederlandse natuurgebieden die in Europees verband een beschermde status genieten (Vogel- en habitatrichtlijngebieden).

EKR Ecologische kwaliteitratio, een getal tussen 0 en 1 waarmee de kwaliteit van een ecologische parameter wordt aangegeven. 0 is zeer slecht, 1 is zeer goed. De grens voor het GEP wordt gewoonlijk bij een EKR van 0,6 gelegd.

Biologisch kwaliteitselement Een ecologische groep de waarmee de situatie van het waterlichaam wordt beoordeeld. Gebruikt worden: fytoplankton en diatomeeën (algen), waterplanten, macrofauna (waterdieren) en vissen.

Maatlat Een schaal die gebruikt wordt om de situatie van een ecologische parameter te beoordelen. De uitkomst is een EKR.

Deelmaatlat Voor elk biologisch kwaliteitselement zijn één of meerdere deelmaatlattenonderscheiden op basis van de soortsamenstelling en de (relatieve) aanwezigheidvan soorten, en voor vis de leeftijdsopbouw. De uitkomst is een EKR.

Indicator Een verder opdeling van biologische deelmaatlatten. De uitkomst is in een aantal gevallen een EKR.

GEP of KRW doel De KRW heeft voor natuurlijke waterlichamen als doel dat een goede toestand (zowel ecologisch als che-misch) moet worden gehaald (GET). Voor de kunstmatig of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen moet een goed ecologisch potentieel (GEP) en een goede chemische toestand worden bereikt. Het GEP voor rijkswateren wordt afgeleid door Rijkswaterstaat namens de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat (en mogelijk Landbouw, Visserij en Voedselveiligheid) en gepresenteerd in het Beheerplan rijkswateren (BPRW, vastgesteld door de ministers). De provincies zijn verantwoordelijk voor het afleiden van het GEP voor regionale wateren. Dit gebeurt in regionale waterplannen. Hoewel de provincie formeel het GEP moet vaststellen in het regionaal waterplan, levert het waterschap vanwege de kennis over watersystemen meestal het GEP aan, als beheerder van het regionaal oppervlaktewaterlichaam. Beide kunnen hierbij de Handreiking KRW-doelen volgen. De KRW biedt uitzonderingsmogelijkheden waarbij het doel later (doelvertraging) of niet (minder streng doel) gehaald hoeft te worden. Alleen in het laatste geval is het GEP niet meer het doel. In deze handreiking is het GEP-synoniem voor het doel, tenzij anders aangegeven. In hoofdstuk 3 en 4 wordt het afleiden van de doelen technisch beschreven.

SGBP Naast het definiëren van waterlichamen en doelen schrijft de KRW voor dat er stroomgebiedbeheerplan-nen (SGBP) worden opgesteld (art. 13 KRW). De bouwstenen van de stroomgebiedbeheerplannen staan in de waterplannen van het Rijk en de provincies en in de beheerplannen van de waterbeheerders. De SGBP’s geven een overzicht van de toestand, de problemen, de doelen en de maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit voor de inliggende waterlichamen. Nederland kent vier stroomgebieden: Rijn, Maas, Schelde, en Eems. De beheerplannen voor de stroomgebie-den worden iedere zes jaar geactualiseerd. Volgens bijlage VII van de KRW bevatten de SGBP’s onder andere:de beschrijving van de kenmerken van het stroomgebieddistrict;de ligging, begrenzing en typering van waterlichamen (voor sterk veranderd en kunstmatig inclusief een motivering); de huidige toestand op basis van de resultaten van de monitoring over de afgelopen periode;de doelen voor waterlichamen en een eventueel beroep op uitzonderingsmogelijkheden inclusief motivering; een samenvatting van de te nemen maatregelen om de doelen te bereiken.

Watersysteemanalyse Om goede keuzes te maken voor doelen en maatregelen is het essentieel te weten hoe een waterlichaam werkt. De systeemanalyse heeft als doel inzicht te verschaffen in het systeemfunctioneren, wat via verschillende methoden bereikt kan worden. Dit vormt het vertrekpunt voor het antwoord op de vraag hoe (met welke maatregelen) kan worden gekomen tot een betere toestand. Zonder goed inzicht in het systeem-functioneren is het risico groot dat niet de juiste maatregelen in beeld zijn, of dat maatregelen uiteindelijk niet opleveren wat ervan wordt verwacht.